ECLI:NL:CRVB:2016:2699

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 juli 2016
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
14/5361 AKW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999Art. 27 Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999Art. 7c Algemene Kinderbijslagwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging recht op kinderbijslag wegens vervallen verzekering AKW na 18e verjaardag jongste kinderen

Appellant, woonachtig in Marokko, ontving kinderbijslag voor zijn vijf kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Na een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd het recht op kinderbijslag per het vierde kwartaal van 2013 beëindigd omdat de jongste kinderen 18 jaar waren geworden en de verplichte verzekering voor de AKW voor in het buitenland wonende WAO-gerechtigden per 1 januari 2000 was afgeschaft.

De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat hij verzekerd bleef voor de AKW op grond van zijn AOW-pensioen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overgangsregeling die verzekering na 1 januari 2000 mogelijk maakte, verviel zodra de jongste kinderen 18 jaar werden.

De Raad concludeerde dat appellant vanaf het vierde kwartaal van 2013 niet langer verzekerd is voor de AKW en dat het besluit van de Svb om het recht op kinderbijslag te beëindigen terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het recht op kinderbijslag is terecht beëindigd vanaf het vierde kwartaal van 2013 omdat appellant niet langer verzekerd is voor de AKW.

Uitspraak

14/5361 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 augustus 2014, 13/6275 (aangevallen uitspraak),
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant),
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 15 juli 2016

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juni 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant woont in Marokko. In 1972 is hij met behoud van zijn uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar Marokko teruggekeerd. Appellant ontvangt inmiddels een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Appellant heeft voor zijn kinderen [A.], [B.], [C.], [D.] en [E.], geboren respectievelijk [in] 1995, [in] 2000, [in] 2001 en [in] 2004, kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ontvangen.
1.2.
Bij besluit van 2 augustus 2013 heeft de Svb appellant medegedeeld dat hij met ingang van het vierde kwartaal van 2013 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor deze kinderen. Aan dit besluit heeft de Svb ten gronde gelegd dat per 1 januari 2000 de verplichte verzekering voor de AKW van in het buitenland wonende WAO-gerechtigden is afgeschaft. Na 1 januari 2000 behield appellant recht op kinderbijslag op grond van de overgangsregeling. [B.] en [A.] zijn in het derde kwartaal van 2013 18 jaar geworden. Daardoor heeft appellant vanaf het vierde kwartaal van 2013 geen recht meer op kinderbijslag voor alle kinderen.
1.3.
Bij het bestreden besluit van 17 september 2013 is het bezwaar tegen het besluit van
2 augustus 2013 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij verzekerd is voor de AKW op grond van zijn AOW-pensioen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Ingevolge artikel 26, eerste lid onder a, van het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) was tot 1 januari 2000 verzekerd voor de AKW de persoon die buiten Nederland was gaan wonen en op de dag van zijn vertrek recht had op een WAO-pensioen.
4.2.
Artikel 26 van Pro KB 746 is met ingang van 1 januari 2000 vervallen. In artikel 27 van Pro
KB 746 was bepaald dat degene die tot aan 1 januari 2000 verzekerd was op grond van artikel 26 en Pro die uitsluitend door het vervallen van dat artikel vanaf die dag geen recht meer heeft op kinderbijslag, voor het bepalen van de verzekeringspositie artikel 26 van Pro toepassing blijft, voor zolang het jongste kind dat vóór die dag recht had op kinderbijslag, de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Deze overgangsregeling is sinds 1 januari 2006 opgenomen in artikel 7c van de AKW.
4.3.
Ingevolge artikel 26 van Pro KB 746 was appellant, die op de dag van zijn vertrek naar Marokko recht had op een WAO-uitkering, verzekerd voor de AKW. Op grond van de in artikel 27 van Pro het KB 746, en later op grond van de in artikel 7c van de AKW vervatte overgangsregeling, is appellant, ook na het vervallen van artikel 26 van Pro KB 746 op
1 januari 2000, voor de AKW verzekerd gebleven. De grondslag voor verzekering op grond van de AKW verviel echter op het moment dat de jongste kinderen voor wie appellant voór
1 januari 2000 recht had op kinderbijslag, in dit geval [B.] en [A.], de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt.
4.4.
De Raad stelt vast dat [B.] en [A.] in het derde kwartaal van 2013 18 jaar zijn geworden. Dit heeft tot gevolg dat appellant vanaf het vierde kwartaal van 2013 niet langer verzekerd is voor de AKW. Dit betekent dat de Svb terecht het recht op kinderbijslag voor alle kinderen met ingang van het vierde kwartaal van 2013 heeft beëindigd.
4.5.
Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos als voorzitter, in tegenwoordigheid van
N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2016.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) N. van Rooijen
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

SS