ECLI:NL:CRVB:2016:27
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerde medische beoordeling in WIA-uitkeringsgeschil
Appellante betwistte de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van een werkneemster per 3 januari 2013, waarop een WGA-uitkering is gebaseerd. De rechtbank had het beroep van appellante afgewezen, onder meer omdat zij een aanvulling op het beroepschrift te laat had ingediend en omdat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie niet op de juiste datum had beoordeeld en onvoldoende informatie had opgevraagd bij behandelaren. Ook waren er bezwaren tegen de arbeidskundige beoordeling.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling onvoldoende was gemotiveerd en onzorgvuldig was voorbereid, omdat geen aanvullende informatie van behandelaren was opgevraagd terwijl de medische gegevens summier waren en de situatie van de werkneemster in juni 2013 verbeterd leek ten opzichte van december 2012. Daarom is het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel van de Awb.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken te herstellen, waaronder het opvragen van medische informatie van behandelaren met toestemming van de werkneemster, en deze informatie te betrekken bij een nieuwe medische beoordeling. Eventueel kan dit leiden tot een aangepaste arbeidskundige beoordeling. De uitspraak is een tussenuitspraak en sluit het geschil voorlopig niet af.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen met aanvullende medische informatie en een nieuwe beoordeling.