ECLI:NL:CRVB:2016:2733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij bezwaar tegen terugvordering aio-aanvulling
Appellant ontvangt sinds februari 2010 een ouderdomspensioen op grond van de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluiten van juni en juli 2013 de hoogte van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (aio-aanvulling) herzien en een bedrag van €8.131,92 teruggevorderd wegens ten onrechte verleende toeslag. Tevens kreeg appellant een waarschuwing voor het niet tijdig doorgeven van wijzigingen in zijn persoonlijke situatie.
Bij besluit van 10 februari 2014 verklaarde de Svb het bezwaar van appellant ongegrond. Dit bestreden besluit is per reguliere post naar appellant verzonden. Appellant stelde dat zijn gemachtigde het besluit pas in november 2014 ontving, waarna hij op 8 december 2014 beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. Uit het dossier blijkt dat het bestreden besluit op 10 februari 2014 naar het juiste adres is verzonden, ondanks dat er twee versies met verschillende handtekeningen circuleerden. De Raad acht aannemelijk dat appellant het oorspronkelijke besluit tijdig heeft ontvangen, waardoor de beroepstermijn op 11 februari 2014 begon. Het beroep is te laat ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.