ECLI:NL:CRVB:2016:274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar een mogelijke gezamenlijke huishouding met appellant. Uit verklaringen, waarnemingen en omgevingsverklaringen bleek dat appellant sinds september 2009 zijn hoofdverblijf had bij appellante en zij zorg droegen voor elkaar.
Het college beëindigde de bijstand en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar verklaringen onbetrouwbaar waren vanwege PTSS en dat de waarnemingen onrechtmatig waren. De Raad verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de verklaringen betrouwbaar waren en dat de waarnemingen proportioneel en rechtmatig waren uitgevoerd.
De Raad concludeerde dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor appellante niet als alleenstaande bijstand kon ontvangen. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.