ECLI:NL:CRVB:2016:2750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning co-ouderschapstoeslag met volledige terugwerkende kracht
Appellant ontving vanaf 2 november 2010 bijstand met een co-ouderschapstoeslag van 10% en een toeslag voor woonlasten. Na het verlaten van zijn woning per 1 juni 2011 werd de toeslag ingetrokken. Vanaf 19 oktober 2011 beschikte appellant weer over zelfstandige woonruimte en werd de bijstand aangepast met een toeslag voor woonlasten, maar zonder co-ouderschapstoeslag.
Het college kende de co-ouderschapstoeslag pas toe met ingang van 1 september 2013, terwijl appellant vanaf 19 oktober 2011 aan de voorwaarden voldeed. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze beperkte terugwerkende kracht ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onterecht de terugwerkende kracht heeft beperkt en dat bijzondere omstandigheden volledige terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, herroept het eerdere besluit over de ingangsdatum en bepaalt dat de co-ouderschapstoeslag vanaf 19 oktober 2011 moet worden toegekend. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De co-ouderschapstoeslag wordt toegekend met terugwerkende kracht vanaf 19 oktober 2011.