Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2017 in de zaak tussen
[de vrouw] , te Amsterdam, eiseres
de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ik ben alleenstaand. Ik woon niet met een ander samen.’ Eiseres heeft dus vier dagen na het toekenningsbesluit op dezelfde vraag een verschillend antwoord gegeven. Dat voor de AOW en de AIO verschillende alleenstaande-begrippen werden gehanteerd zoals verweerder ter zitting heeft gesteld, blijkt niet uit de vraagstelling op de formulieren en is de rechtbank ook overigens niet gebleken. Deze verschillende informatie naar aanleiding van dezelfde vraag in korte tijd, had naar het oordeel van de rechtbank voor verweerder reden moeten zijn voor nader onderzoek. Dat is ten onrechte niet gebeurd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij ingangsdatum van de AIO-aanvulling is bepaald op 15 juni 2016 en voor zover daarbij het AOW-pensioen is herzien met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015;
- herroept het primaire besluit II, bepaalt de ingangsdatum van de wijziging van het AOW-pensioen naar de norm van een alleenstaande op 1 juli 2013 en bepaalt de ingangsdatum van de AIO-aanvulling op 1 april 2016 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1485,-.
.