ECLI:NL:CRVB:2016:276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loopbaanbevordering politieambtenaar en toepassing Awb artikel 7:11
Appellant, werkzaam als politieambtenaar in schaal 7, verzocht om bevordering naar schaal 8 op basis van het loopbaanbeleid van de politie. De korpschef wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de vereiste recente beoordeling boven de norm en verwachte geschiktheid voor de hogere functie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beoordeling na het primaire besluit, waarin hij een 'goed' eindoordeel kreeg, ten onrechte buiten beschouwing was gelaten en dat de leidinggevende onterecht een negatief advies gaf.
De Raad oordeelde dat de beoordeling na het primaire besluit inderdaad betrokken had moeten worden bij de heroverweging volgens artikel 7:11 Awb Pro, maar dat dit niet tot een ander besluit had geleid. De negatieve beoordeling van de formeel leidinggevende bleef doorslaggevend. De schending van artikel 7:11 Awb Pro leidde niet tot benadeling en werd daarom gepasseerd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde de korpschef in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het verzoek tot bevordering wordt bevestigd ondanks een procedurele schending van artikel 7:11 Awb, omdat appellant daardoor niet is benadeeld.