ECLI:NL:CRVB:2016:2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring Ziektewet en afwijzing beroep tegen kwijtschelding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het bezwaar tegen een besluit van het UWV tot kwijtschelding van een openstaande Ziektewetvordering ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betreft de hersteldverklaring per 3 januari 2011, die onherroepelijk is geworden. Appellant betoogt dat het UWV ten onrechte tot deze hersteldverklaring is gekomen en dat de kwijtschelding van de schuld daarop duidt. Het UWV stelt dat de kwijtschelding het gevolg is van de financiële situatie van appellant, na meerdere inkomensonderzoeken.
De Raad oordeelt dat het beroep zich feitelijk richt tegen de hersteldverklaring, die onherroepelijk is en waartegen geen rechtsmiddelen meer openstaan. De kwijtschelding van de schuld volgt uit de financiële situatie en niet uit een onjuiste hersteldverklaring. Medische stukken die appellant heeft ingediend zijn niet relevant voor het geding.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.