ECLI:NL:CRVB:2016:2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen onbevoegdverklaring hoger beroep wegens wettelijk appelverbod
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde zich onbevoegd vanwege een wettelijk appelverbod zoals neergelegd in artikel 8:104, tweede lid, Awb. Appellant deed hiertegen verzet en voerde aan dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend, ondanks ontvangst bij het UWV na de reguliere brievenbusleegtijd.
De Raad overwoog dat het appelverbod niet doorbroken kon worden omdat er geen sprake was van een evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces in gevaar zouden brengen. De rechtbank had het betoog van appellant over de tijdigheid van het bezwaarschrift expliciet behandeld en verworpen, waarbij ook werd opgemerkt dat een getuigenverklaring niet noodzakelijk werd geacht.
Ook was er geen sprake van dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid was getreden. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en terugbetaling van griffierecht was niet aan de orde omdat appellant geen griffierecht had betaald.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.