ECLI:NL:CRVB:2016:279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor passend werk ondanks psychische en fysieke beperkingen
Appellant viel uit zijn functie vanwege psychische klachten en fysieke beperkingen. Het UWV stelde vast dat appellant geschikt was voor passend werk en geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen, met name op het gebied van geheugen, concentratie en lezen, werden onderschat. De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen voldoende had gemotiveerd, mede op basis van een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) inclusief een beperking op conflicthantering.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de geduide functies, waarbij hij onder intensieve begeleiding kan werken. De noodzaak van een jobcoach is relevant voor re-integratie, niet voor de theoretische belastbaarheid. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geschikt is voor passend werk.