ECLI:NL:CRVB:2016:2798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening inzake WAZ-uitkering en inkomensschade
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 17 oktober 2014, waarin werd geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk was dat zijn inkomensschade verband hield met het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om een WAZ-uitkering van 10 maart 2004.
Het verzoek tot herziening is gebaseerd op een brief van de burgemeester en wethouders van Castricum van 7 september 2004, waarin staat dat de marktvergunning van verzoeker is ingetrokken wegens het niet voldoen van leges. Verzoeker stelt dat bij tijdige beslissing op zijn aanvraag hij de leges had kunnen betalen en de vergunning had kunnen behouden.
De Raad oordeelt dat deze brief geen nieuw feit is in de zin van artikel 8:119 Awb Pro, omdat deze al vóór de uitspraak bekend was en niet tot een andere uitspraak zou hebben geleid. De brief vermeldt namelijk ook dat de vergunning is ingetrokken omdat verzoeker al enige tijd niet meer op de markt aanwezig was. Het verzoek om herziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat het aangevoerde feit niet nieuw is en niet tot een andere uitspraak zou leiden.