Uitspraak
OVERWEGINGEN
1.2. Bij besluit van 14 april 2011 heeft het Uwv appellante een herindicatie Wsw verleend.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.4. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam in een Wsw-dienstverband en vroeg een herindicatie aan. Het Uwv verleende deze niet, omdat zij ondanks haar fysieke en psychische beperkingen met aanpassingen geschikt werd geacht voor regulier werk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat haar transgendertraject en negatieve ervaringen bij de werkgever extra beperkingen veroorzaakten.
De Raad oordeelde dat het Uwv een volledig en zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij ook de psychische aspecten, inclusief het transgendertraject, waren onderkend. De psycholoog concludeerde dat negatieve ervaringen geen grote problemen zouden opleveren bij een respectvolle en veilige werkomgeving. Appellante bracht geen tegenrapporten in die twijfel aan deze conclusies konden doen rijzen.
De Raad bevestigde dat appellante niet tot de Wsw-doelgroep behoort zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wsw. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 21 juli 2016 in het openbaar gedaan door C.H. Bangma.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Uwv bevestigd dat appellante niet tot de Wsw-doelgroep behoort.