ECLI:NL:CRVB:2015:2175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wsw-indicatie wegens weigering Wsw-dienstbetrekking te aanvaarden
Appellante was sinds 1998 werkzaam in een Wsw-dienstverband bij de gemeente ’s-Hertogenbosch. Na ontbinding van haar arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie trok het college haar Wsw-indicatie in, omdat zij niet bereid was een Wsw-dienstbetrekking te aanvaarden binnen de betreffende afdeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel bereid was tot detachering, maar niet tot terugkeer binnen de afdeling. Het college stelde dat detachering en begeleid werken voor haar niet mogelijk waren en dat er geen alternatieven binnen de Wsw waren.
De Raad oordeelde dat appellante nog steeds een procesbelang heeft vanwege de mogelijkheid om als arbeidsbeperkte deel te nemen aan de banenafspraak. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de indicatie in te trekken omdat appellante ondubbelzinnig niet bereid was een Wsw-dienstbetrekking te aanvaarden. De omstandigheden rondom haar ontslag en haar transgendertraject veranderden hieraan niets. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wsw-indicatie omdat appellante niet bereid is een Wsw-dienstbetrekking te aanvaarden en er geen alternatieven zijn.