ECLI:NL:CRVB:2016:2823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G.M.G. Hink
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor orthomoleculaire voedingssupplementen wegens gebrek aan medische noodzaak
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van orthomoleculaire voedingssupplementen, nadat reguliere medicatie niet effectief was gebleken en de kosten niet langer werden vergoed door zorgverzekeraar of belastingdienst. Het college wees de aanvraag af op grond van medisch advies van de GGD dat de supplementen niet noodzakelijk waren.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten en gaf het college opdracht opnieuw te beoordelen, waarbij specifiek moest worden vastgesteld of in de situatie van appellant sprake was van medische noodzaak. Na herhaalde afwijzingen en aanvullend medisch advies van een GGD-arts, die contact had opgenomen met de behandelend orthomoleculair arts, bleef het college bij haar standpunt.
De Raad oordeelt dat het advies van de GGD-arts zorgvuldig en individueel was en dat het college op goede gronden heeft geoordeeld dat de kosten niet als noodzakelijk in de zin van de WWB kunnen worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd wegens gebrek aan medische noodzaak.