ECLI:NL:CRVB:2016:2830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van griffierecht en proceskostenvergoeding bij samenhangende beroepschriften
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant waarin hun beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas ongegrond werd verklaard. Het geschil betreft de vraag of bij samenhangende beroepschriften slechts eenmaal griffierecht verschuldigd is en of gemaakte kosten in bezwaar vergoed moeten worden.
De Raad stelt vast dat appellanten afzonderlijke beroepschriften hebben ingediend, waardoor voor elk beroepschrift afzonderlijk griffierecht verschuldigd is. Dit volgt uit artikel 8:41, derde lid, Awb en eerdere jurisprudentie. Daarnaast oordeelt de Raad dat kosten die appellanten in bezwaar hebben gemaakt niet vergoed kunnen worden omdat het bestreden besluit niet is herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, zoals vereist in artikel 7:15, tweede lid, Awb.
De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in aanwezigheid van griffier M.S. Boomhouwer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.