ECLI:NL:CRVB:2016:2859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- B. Dogan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid ondanks rug- en nekklachten
Appellante was werkzaam als naaister en meldde zich ziek op 17 januari 2011. Na afloop van de wachttijd stelde het UWV vast dat zij vanaf 14 januari 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies, waardoor zij geen recht meer had op een WIA-uitkering en vanaf die datum weer WW ontving.
Appellante meldde zich opnieuw ziek op 13 maart 2013 vanwege rug-, nek- en schouderklachten. Een verzekeringsarts verklaarde haar per 8 april 2013 geschikt voor de eerder genoemde functies. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld, wat door appellante werd aangevochten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen benutbare arbeidscapaciteit heeft door haar klachten en hoofdpijn, onderbouwd met een brief van de huisarts. Ook stelde zij dat zij niet over het vereiste opleidingsniveau beschikt voor de functies. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe medische stukken waren die de eerdere beoordeling ondermijnden en dat de hoofdpijn geen beperking vormt. De geschiktheid voor de functies staat vast en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.