ECLI:NL:CRVB:2016:2869
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- M.T. Boerlage
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek Wuv-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1938 in Nederlands-Indië, diende in 2004 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), stellende dat zij tijdens de Japanse bezetting in Malang geïnterneerd was geweest. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees deze aanvraag in 2005 af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij vervolging in de zin van de Wuv had ondergaan. Een bezwaar hiertegen werd eveneens ongegrond verklaard.
In 2013 verzocht appellante om herziening van de eerdere afwijzende besluiten, maar dit verzoek werd in 2014 afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. Appellante stelde in beroep dat ten onrechte was geoordeeld dat zij geen vervolging had ondergaan.
De Raad toetste terughoudend en concludeerde dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening. De overgelegde gegevens, waaronder verklaringen van haar vader en broer en informatie van het Nederlandse Rode Kruis, boden onvoldoende bewijs voor internering tijdens de Japanse bezetting. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de eerdere afwijzing van de Wuv-aanvraag niet te herzien wordt ongegrond verklaard.