ECLI:NL:CRVB:2016:289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens onjuiste herberekening en opdracht tot nieuwe beslissing
Appellant ontving bijstand vanaf 9 september 2009. Het college trok bijstand over 14 januari 2010 tot en met 31 december 2011 in en vorderde €25.036,- terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Raad stelde in een tussenuitspraak dat een herberekening van de terugvordering nodig was en dat de periode van 17 tot 31 december 2011 niet in geschil kon zijn.
Na een nadere beslissing van het college over de herberekening, bleef onduidelijkheid bestaan over uitbetaling van bijstand in januari en mei 2010. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende bewijs leverde om te betwijfelen dat bijstand in die maanden was uitbetaald, mede gelet op rapportages van de sociale recherche en het college.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit op bezwaar voor zover het de terugvordering betreft, omdat de rechtbank geen oordeel gaf over de herberekening. Het college werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met een gespecificeerde brutering per maand. De bestuurlijke lus werd niet toegepast omdat het slechts om een financiële optelsom ging. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de terugvordering en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen met een gespecificeerde herberekening.