Appellanten dienden op 2 mei 2014 aanvragen in voor continuering van opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college nam pas besluiten in juli en augustus 2014, waarna appellanten bezwaar maakten. De rechtbank verklaarde beroepen tegen niet tijdig genomen besluiten niet-ontvankelijk en oordeelde over de bezwaren, waarbij het beroep van appellant 2 tegen een brief van het college werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onverwijld mededeling had moeten doen van de genomen besluiten en de bezwaren naar de Raad had moeten doorsturen, omdat appellanten hoger beroep hadden ingesteld tegen de eerdere rechtbankuitspraken. Hierdoor was de rechtbank onbevoegd om over de besluiten te oordelen.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraken van de rechtbank en de bestreden besluiten, behoudens het oordeel over het bezwaar van appellant 2 tegen het bestreden besluit 4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.