ECLI:NL:CRVB:2016:2934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in oud ijzer
Appellant ontving sinds 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding over handel in oud ijzer startte de Sociale Recherche een onderzoek, dat leidde tot het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle om de bijstand van appellant in te trekken en de kosten terug te vorderen over de periode mei 2009 tot april 2013.
Het college stelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door zijn zelfstandige activiteiten in de oud-ijzerhandel niet te melden en geen deugdelijke administratie bij te houden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de getuigenverklaringen onvoldoende concreet waren.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant gedurende de periode werkzaamheden verrichtte die van invloed waren op het recht op bijstand. De verklaringen van meerdere getuigen, waaronder anonieme, bevestigden dit. De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van werkzaamheden in de oud-ijzerhandel.