ECLI:NL:CRVB:2016:2935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verrekening vakantiegeld met schuld bedrijfskrediet niet toegestaan
Appellante ontving bijstand en had een toeslag vanwege gedeelde woonkosten met H, die een schuld had uit een bedrijfskrediet uit 2004. Het college beëindigde haar inkomensvoorziening op grond van gezamenlijke huishouding en verrekende vakantiegeld met de schuld van H.
De rechtbank vernietigde het besluit voor de periode van september tot en met december 2011 wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar liet de verrekening vanaf januari 2012 in stand op basis van gezamenlijke bijstand naar gehuwdennorm.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte deze verrekening toestond omdat het hier niet gaat om terugvordering van gezinsbijstand maar om een aparte vordering op H. De verrekening van vakantiegeld met deze schuld is niet toegestaan en het collegebesluit wordt vernietigd.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt eerdere besluiten en bepaalt dat het college het vakantiegeld niet mag verrekenen met de schuld van H.
Uitkomst: Het college mag het vakantiegeld van appellante niet verrekenen met de schuld van H uit het bedrijfskrediet; het besluit wordt vernietigd.