ECLI:NL:CRVB:2016:2949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (BRP) en ontving studiefinanciering als uitwonende student. De minister voerde een controle uit op het BRP-adres waarbij werd vastgesteld dat appellant daar feitelijk niet woonde. Er werden geen persoonlijke spullen of administratie van appellant aangetroffen, en de verklaringen over zijn slaapplek waren tegenstrijdig.
Op basis van het controlerapport herzag de minister de studiefinanciering en kwalificeerde appellant als thuiswonend, met terugvordering van teveel ontvangen bedragen en oplegging van een boete. Appellant maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat hij wel op het BRP-adres woonde, met bewijsstukken en verklaringen van derden.
De Raad oordeelde dat de minister terecht kon vertrouwen op de controlebevindingen. De door appellant overgelegde stukken en verklaringen konden de conclusie niet weerleggen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat appellant niet op het BRP-adres woonde en de herziening en boete terecht waren opgelegd.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering en de boete worden bevestigd omdat appellant niet op het BRP-adres woonde.