Uitspraak
19 mei 2015, 13/4256 (aangevallen uitspraak)
mr. I. Plaisier.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), omdat hij stelt dat zijn ernstige allergie hem noodzaakt tot hypoallergene stoffering die duurder is dan de toegekende vergoeding.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de woning stofarm en vochtvrij moet zijn en dat appellant binnen het toegekende budget passende stoffering kan kiezen. In hoger beroep heeft appellant dit standpunt bestreden, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hypoallergene stoffering noodzakelijk is of dat het toegekende bedrag ontoereikend is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht een bedrag van € 2.784,- heeft toegekend en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van € 2.784,- voor verhuiskosten wordt bevestigd.