ECLI:NL:CRVB:2016:2965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot bevordering naar Specialist Ontwikkeling niveau 2
Appellant, werkzaam bij de gemeente sinds 1986 en geplaatst in functie SO 3, verzocht om bevordering naar SO 2 met bijbehorende salarisschaal 10. Het college wees dit verzoek in 2010 af wegens onvoldoende voldaan aan de criteria. Na een beoordeling in 2014 met het eindoordeel 'voldoet' (C) en een afgewezen bezwaar tegen deze beoordeling, stelde appellant beroep in bij de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank oordeelde dat het college zich terecht op het standpunt stelde dat er wezenlijke verschillen zijn tussen SO 2 en SO 3 en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij alle taken van SO 2 verrichtte.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder dat hij dezelfde werkzaamheden verricht als een collega die wel SO 2 is en dat een conflict met een voormalige leidinggevende een rol speelt bij de weigering. De Raad verwierp deze gronden als herhaling en vond geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Ook bleek geen sprake van vooringenomenheid bij het college.
De Raad concludeerde dat het college op basis van de gestelde criteria en de beoordeling van 2014 terecht het verzoek tot bevordering afwees. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot bevordering naar SO 2 afgewezen.