ECLI:NL:CRVB:2016:3017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering bij bijstand
Appellanten ontvingen vanaf maart 2009 bijstand en een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het college bracht deze uitkering niet in mindering op de bijstand, maar herzag dit later met terugwerkende kracht en vorderde teveel ontvangen bijstand terug.
Tegen besluiten over terugvordering vanaf januari 2012 maakten appellanten geen bezwaar, maar wel tegen latere besluiten over eerdere perioden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat eerdere besluiten in rechte vaststonden en de terugvordering van €4.458,82 buiten het geding viel.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de zogenaamde zesmaandenjurisprudentie ook op deze terugvordering van toepassing was en dat verrekening had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat het beroep niet gericht was tegen de terugvordering van €4.458,82 en dat de rechtbank terecht geen oordeel gaf over verrekening.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.