ECLI:NL:CRVB:2016:3074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken onverwijlde spoed bij stopzetting ziekengeld
Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van het UWV om zijn ziekengeld stop te zetten per 8 juni 2015 en de daarop volgende besluiten. De voorzieningenrechter heeft eerder het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
In hoger beroep voert verzoeker aan dat zijn medische situatie niet serieus wordt genomen en dat hij al ruim 13 maanden geen inkomen geniet. Hij vraagt een voorschot van € 50.000,- op de Ziektewetuitkering en overlegt bewijsstukken van hypotheekachterstand, een dreigende verkoop van zijn woning, een openstaande rekening en een kredietschuld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks deze omstandigheden geen sprake is van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het inkomen van de partner van verzoeker wordt meegewogen, evenals het ontbreken van een concrete dreiging van woningexecutie. Ook is niet gebleken van een zodanig zwaarwegend belang dat de hoofdzaak niet kan worden afgewacht.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.