Uitspraak
,advocaat, hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds 2010 en werd onderzocht vanwege vermoedens van autohandel. Uit onderzoek bleek dat meerdere voertuigen kortdurend op zijn naam stonden, zonder dat hij een administratie bijhield. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het korte tijdsbestek van tenaamstellingen en het aantal voertuigen wijzen op autohandel, ook zonder winstoogmerk of handelsvoorraad. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de voertuigen uitsluitend voor eigen gebruik waren.
Het niet melden van transacties en het ontbreken van administratie leidde tot schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens het ontbreken van administratie en het niet kunnen vaststellen van recht op bijstand.