ECLI:NL:CRVB:2016:3120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan re-integratietraject
Appellante ontvangt bijstand als alleenstaande ouder en is aangemeld voor een re-integratietraject bij een re-integratiebedrijf. Zij verscheen zonder bericht niet op meerdere afspraken, waarop het dagelijks bestuur haar bijstand opschortte en later introk. Na bezwaar werd de bijstand voortgezet maar met een verlaging van 30% voor een maand wegens onvoldoende medewerking.
Appellante voerde aan dat er geen maatwerk was geleverd en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar privé-omstandigheden. De Raad oordeelde dat het traject voldoende maatwerk bevatte, met afspraken die rekening hielden met haar situatie. Het niet verschijnen zonder bericht vormde een overtreding van haar verplichtingen onder de WWB.
De Raad verwierp het verweer dat zij niet was gewezen op de consequenties of niet in de gelegenheid was gesteld haar zienswijze te geven. Er waren meerdere gesprekken geweest waarin zij op haar verplichtingen en de mogelijke financiële gevolgen was gewezen. De verlaging van de bijstand met 30% gedurende een maand werd als passend en rechtmatig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt met 30% verlaagd gedurende één maand wegens onvoldoende medewerking aan het re-integratietraject.