ECLI:NL:CRVB:2016:3124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam geweest als naaister, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering die meerdere malen is herzien op basis van medische beoordelingen. Na een heronderzoek in 2013, waarbij een psychiater en arbeidsdeskundige betrokken waren, stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg en trok de uitkering per 24 maart 2014 in.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan tegen deze beslissing, stellende dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar fysieke en psychische beperkingen, en dat eerdere medische rapporten onterecht buiten beschouwing waren gelaten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het UWV bevoegd was tot heronderzoek en dat de medische rapporten van eerdere jaren niet relevant waren voor de actuele situatie. Ook werd geoordeeld dat de geselecteerde functies passend waren en dat de vastgestelde beperkingen correct waren meegenomen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.