ECLI:NL:CRVB:2016:313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand als geldlening voor inrichtingskosten bij verhuizing
Appellant huurt sinds november 2011 een zelfstandige woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur, waarborgsom en inrichtingskosten. Het college kende bijzondere bijstand toe voor huur en borgsom, en een geldlening voor inrichtingskosten, waarbij kosten voor vloerbedekking en rolgordijn werden afgetrokken vanwege reeds aanwezige voorzieningen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de bijstand voor inrichtingskosten om niet had moeten worden verstrekt omdat hij in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag op bijstandsniveau zou hebben geleefd. Ook vond hij het toegekende bedrag te laag. De Raad constateerde dat appellant niet was verschenen op de zitting en baseerde zich op de beschikbare gegevens.
De Raad oordeelde dat appellant in de relevante periode meerdere maanden inkomen boven bijstandsniveau had, waardoor hij niet voldeed aan het beleid voor om niet verstrekking. Ook was onvoldoende onderbouwd waarom nieuwe vloerbedekking en rolgordijnen noodzakelijk waren. Het college had het beleid correct toegepast en het hoger beroep werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het college en wijst het hoger beroep af.