Uitspraak
OVERWEGINGEN
,de datum van de melding, tot en met 2 april 2015, de datum het afwijzingsbesluit.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet en opgegeven te wonen op een bepaald adres, terwijl hij tijdelijk elders verbleef. Na onderzoek door de gemeente bleek dat het opgegeven adres sinds eind maart 2015 door anderen werd bewoond met een huurovereenkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel een huurovereenkomst had en huur betaalde, en dat hij tijdelijk geen toegang had tot zijn woning omdat deze aan derden was verhuurd.
De Raad oordeelde dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de beoordelingsperiode zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Ook was appellant tekortgeschoten in zijn inlichtingenplicht door niet tijdig te melden dat hij geen toegang had tot zijn woning.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.