ECLI:NL:CRVB:2016:3143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand en terugvordering bij detentie en inkomsten
Appellant ontving sinds 2008 bijstand en vroeg in 2014 bijzondere bijstand aan voor huurkosten tijdens zijn detentie van februari tot april 2014. Het college wees de aanvraag af omdat in de gevraagde kosten reeds was voorzien. Tevens trok het college de bijstand in vanaf het moment van detentie en vorderde kosten terug wegens inkomsten in 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand niet toekwam omdat de kosten reeds waren gedekt, ook al was dat via een lening. De intrekking van bijstand tijdens detentie was wettelijk verplicht en er waren geen dringende redenen voor bijstandverlening.
De terugvordering van bijstandskosten wegens inkomsten werd eveneens bevestigd, ondanks de persoonlijke problemen van appellant. Het beleid van het college om middelen te verrekenen met bijstand werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand en terugvordering van bijstandskosten wordt bevestigd.