ECLI:NL:CRVB:2016:3170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te veel betaalde algemene onkostenvergoeding rechterlijk ambtenaar
Appellant, werkzaam als rechterlijk ambtenaar bij de rechtbank Noord-Nederland, ontving gedurende een periode een te hoge algemene onkostenvergoeding door een administratieve omissie. Het bestuur vorderde op grond van een besluit van 20 mei 2015, gehandhaafd bij besluit van 15 september 2015, een bedrag van €850,29 terug, beperkt tot twee jaar voorafgaand aan juni 2015.
De Raad oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek bij de besluitvorming kon worden gepasseerd omdat appellant hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. De terugvordering is discretionair en moet terughoudend worden getoetst. Volgens vaste jurisprudentie geldt een termijn van twee jaar voor terugvordering indien de ambtenaar niet door eigen toedoen te veel heeft ontvangen, maar redelijkerwijs had kunnen weten dat het bedrag te hoog was.
De Raad stelde vast dat appellant de hoogte van de onkostenvergoeding eenvoudig had kunnen controleren aan de hand van de Regeling en bijbehorende bijlage. Ondanks de geringe verschillen had appellant bij enige oplettendheid moeten constateren dat de vergoeding te hoog was. Het bestuur handelde binnen zijn bevoegdheid en heeft niet onredelijk gehandeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde onkostenvergoeding gehandhaafd.