ECLI:NL:CRVB:2015:2734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde bezoldiging ministeriële ambtenaar in strijd met rechtszekerheid en belangenafweging
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Defensie en kreeg buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging voor werkzaamheden bij NATO Headquarters. Tijdens deze periode betaalde de minister pensioenpremies en andere bedragen aan appellant die later als onverschuldigd werden aangemerkt. De minister vorderde deze bedragen terug, waaronder een proportionele ambtsjubileumgratificatie en diverse onverschuldigde betalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de minister onrechtmatig heeft gehandeld door na het verstrijken van de termijn van twee jaar na uitbetaling nog terugvordering te doen. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van evenredige belangenafweging. De Raad bevestigt dat de vordering tot nakoming van een schuldbekentenis wel rechtsgeldig is.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit tot terugvordering en stelt de vordering van de minister vast op een lager bedrag dat alleen de proportionele ambtsjubileumgratificatie en de schuldbekentenis omvat. De minister wordt tevens verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde bezoldiging na de wettelijke termijn van twee jaar wordt afgewezen en de vordering van de minister vastgesteld op € 30.209,42.