ECLI:NL:CRVB:2016:3173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen toekenning en overgang naar LFNP-functie politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar, maakte bezwaar tegen de toekenning en overgang naar een LFNP-functie binnen het nieuwe Landelijk Functiegebouw Nationale Politie (LFNP). De korpschef had zijn uitgangspositie bepaald en de matching uitgevoerd volgens de transponeringstabel en de Regeling vaststelling LFNP. Appellant betoogde dat de toegewezen functie niet overeenkwam met zijn feitelijke werkzaamheden en dat de matching onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de transponeringstabel een zwaarwegende betekenis heeft en dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat de matching onjuist of onhoudbaar is. Dit is niet gelukt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Ook het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule werden verworpen, mede omdat verschillen tussen korpsfunctie en LFNP-functie inherent zijn aan het nieuwe functiegebouw.
De Raad concludeerde dat de korpschef de beslissing voldoende had gemotiveerd en dat appellant geen functieonderhoud had gevraagd toen hij dat had kunnen doen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.