ECLI:NL:CRVB:2016:3204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht woonadres
Appellante ontving sinds 2009 bijstand op grond van de WWB, met als uitkeringsadres het adres van haar moeder en stiefvader. Na een melding dat zij elders woonde, voerde de gemeente een onderzoek uit en besloot de bijstand in te trekken en terug te vorderen wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht over haar woonsituatie.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit vernietigd. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellante vanaf 1 juli 2013 niet meer op het uitkeringsadres woonde en dat zij het college niet tijdig heeft geïnformeerd over haar daadwerkelijke verblijfplaats. Hierdoor kon het college niet vaststellen of zij recht had op bijstand.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak behalve de beslissingen over proceskosten, verklaart het beroep gegrond, herroept het besluit van 16 september 2013 en bepaalt dat de bijstand wordt ingetrokken met ingang van 1 oktober 2010. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen met ingang van 1 oktober 2010 en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.