ECLI:NL:CRVB:2016:3206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- A. Stehouwer
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet verplaatsen centrum maatschappelijk leven naar opgegeven adres
Appellant heeft op 29 juli 2014 een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, waarbij hij als woonadres een woning aan een adres te [woonplaats] heeft opgegeven. Het bestuur heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk op dat adres woonde.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. De Centrale Raad van Beroep heeft dit onderzocht aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.
Uit de verklaringen van appellant blijkt dat hij de woning huurt van zijn broer, dat de inboedel van zijn ouders nog in de woning staat en dat hij zijn kleding en administratie nog op het adres van zijn ex-partner heeft liggen. Tevens verblijft hij regelmatig bij zijn ex-partner en broer. Dit wijst erop dat hij het centrum van zijn maatschappelijk leven niet heeft verplaatst naar het opgegeven adres.
Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonde op het opgegeven adres.