ECLI:NL:CRVB:2016:3207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens reserveringsmogelijkheid
Appellant, die sinds 2006 bijstand ontving, huurde vanaf juli 2014 zelfstandige woonruimte en vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichtingskosten van €653,55. Het college trok zijn bijstand in wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen en wees de bijzondere bijstand af omdat de kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en appellant deze had kunnen reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep met het argument dat hij door de intrekking van de bijstand geen inkomsten had en daardoor niet kon reserveren. De Raad oordeelde dat verhuiskosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten behoren die uit eigen inkomen betaald moeten worden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
Appellant maakte niet aannemelijk dat hij niet kon reserveren; de tijdelijke intrekking van de bijstand was later ingetrokken en had geen invloed op zijn reserveringsmogelijkheden. Daarom faalde het hoger beroep en werd de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd omdat appellant had kunnen reserveren.