Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, penningmeester van een kerk, vroeg bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet tijdig bankafschriften van de kerk overlegde. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond en stelde dat sprake was van financiële verstrengeling tussen appellant en de kerk, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het enkele feit dat appellant penningmeester is en over bankrekeningen van de kerk kan beschikken, niet betekent dat de middelen van de kerk tot die van appellant behoren. Het college had voldoende inzicht in de financiële activiteiten via ingeziene bankafschriften en had niet om aanvullende gegevens hoeven vragen.
Verder bleek dat appellant geld had geleend van de kerk voor privégebruik, wat door een leenovereenkomst werd onderbouwd. Het college kon dit controleren via de bankafschriften. Omdat geen verdere privéopnames waren gesteld of gebleken, was er geen sprake van financiële verstrengeling die het recht op bijstand uitsloot.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 19 januari 2015 wordt vernietigd vanwege het ontbreken van financiële verstrengeling.