ECLI:NL:CRVB:2016:3243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen mededeling over studentenreisproduct
Appellante volgde een HBO-opleiding en kreeg op 20 oktober 2012 studiefinanciering toegekend, inclusief een studentenreisproduct dat per 1 mei 2013 zou eindigen. Op 27 april 2013 ontving zij een brief waarin dit werd bevestigd. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief omdat zij deze niet had ontvangen door identiteitsfraude en stelde dat zij daarom recht had op het studentenreisproduct tot oktober 2013.
De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van 27 april 2013 geen nieuw besluit bevatte maar een herhaling was van het eerdere besluit van oktober 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante op de hoogte had kunnen zijn van de besluiten via Mijn DUO.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de brief van 27 april 2013 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht omdat deze geen rechtsgevolg heeft. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt afgewezen.