ECLI:NL:CRVB:2016:3248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht afgewezen
Appellant had een hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellant voerde in verzet aan dat hij telefonisch contact had gezocht over zijn financiële situatie en dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden pas na de uitspraak een beroep op betalingsonmacht kon doen. Hij ontvangt een WIA-uitkering van €1.100,- en stelde direct te willen betalen als hem daartoe gelegenheid werd gegeven.
De Raad oordeelde echter dat appellant zich niet tijdig tot de Raad had gewend met een verzoek om uitstel of een beroep op betalingsonmacht en dat zijn inkomen hoger is dan de norm voor vrijstelling van griffierecht. Het wettelijke kader biedt geen ruimte voor een nieuwe betalingstermijn.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en is het hoger beroep definitief niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.