ECLI:NL:CRVB:2016:3251
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.
Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting bleek dat appellant te goeder trouw had gehandeld en het griffierecht had betaald zodra hij, mede op grond van een mededeling van zijn bewindvoerder, meende dat hij niet langer in strijd was met zijn verplichtingen onder de Wet schuldsanering natuurlijke personen.
De Raad oordeelde dat in deze bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat appellant in verzuim is geweest. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 27 november 2015 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier M.S. Boomhouwer, op 1 september 2016.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.