ECLI:NL:CRVB:2016:3355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellante ontving sinds januari 2012 bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme fraudemelding startte de gemeente Utrecht een onderzoek, waarbij onaangekondigde huisbezoeken en een gesprek plaatsvonden. Op basis hiervan trok het college de bijstand per 1 april 2014 in en vorderde kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij tijdelijk elders verbleef vanwege studie en niet haar hoofdverblijf had opgegeven. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellante het merendeel van de tijd bij vriendinnen verbleef en niet op het uitkeringsadres. De verklaring van appellante, ondertekend na doorlezing, was doorslaggevend.
Het college had niet gesteld dat het hoofdverblijf was opgegeven, maar dat onjuiste informatie was verstrekt. Het niet aantreffen bij huisbezoeken was aanleiding tot nader onderzoek, niet de grondslag voor intrekking. Omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante recht had op bijstand, was intrekking en terugvordering terecht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten worden bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.