ECLI:NL:CRVB:2016:3356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging vloer slaapkamer gehandicapte zoon
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor het vervangen van de vloer in de slaapkamer van haar gehandicapte zoon, omdat de huidige vloer te stroef was voor het gebruik van een tillift. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en appellante voldoende tijd had gehad om te reserveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het voorzienbaar was dat de vloer vervangen moest worden en dat schulden geen bijzondere omstandigheid vormen voor bijzondere bijstand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de vloer ongeschikt was en dat zij vanwege schuldsanering en beschermingsbewind geen lening kon afsluiten of gespreid betalen.
De Raad oordeelt dat het voorzienbaar was dat de vloer vervangen moest worden, mede door eerdere signalen van wijkverpleging en het progressieve ziektebeeld van de zoon. Schuldenproblematiek en BKR-registratie vormen geen bijzondere omstandigheden. De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor vervanging van de vloer wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.