ECLI:NL:CRVB:2016:3368

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 augustus 2016
Publicatiedatum
13 september 2016
Zaaknummer
15/6628 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en de gronden van het hoger beroep niet tijdig waren ingediend.

Appellant stelde in verzet dat het griffierecht wel was betaald en dat hij alle benodigde gegevens had toegezonden. Tevens verzocht hij om uitstel van behandeling vanwege verslechterde gezondheid, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het niet relevant was voor de kern van het verzet.

De Raad stelde vast dat appellant zijn stellingen niet met bewijs had onderbouwd en dat er geen feiten of omstandigheden waren die konden leiden tot een oordeel dat appellant niet in verzuim was geweest. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 augustus 2016
15/6628 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2015, 14/8109 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 4 maart 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij het griffierecht heeft betaald en alle gegevens aan de Raad heeft gezonden.
Bij brief van 1 augustus 2016 heeft appellant uitstel van de behandeling ter zitting gevraagd, omdat zijn gezondheid is verslechterd.
De Raad heeft het verzoek om uitstel ter zitting afgewezen omdat de inhoud van het verzoek uitstel niet rechtvaardigt. In verzet is immers uitsluitend het niet betalen van het griffierecht en het niet indienen van gronden aan de orde.
De Raad stelt vast dat ook in verzet niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Appellant heeft zijn stelling dat hij het griffierecht heeft betaald en de gegevens heeft toegezonden, niet met stukken onderbouwd.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

NW