ECLI:NL:CRVB:2016:3373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens verzwegen werkzaamheden
Verzoekster ontving bijstand vanaf april 2014 en organiseerde markten onder verschillende namen. Na melding van een eigen bedrijf startte de gemeente een onderzoek naar haar rechtmatigheid van bijstand. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet melden van op geld waardeerbare werkzaamheden.
De rechtbank vernietigde het besluit deels voor de periode tot 15 maart 2015, maar oordeelde dat daarna het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege de verzwegen werkzaamheden. Verzoekster ging in hoger beroep en stelde dat zij met administratie inzicht had gegeven in haar werkzaamheden en inkomsten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verstrekte urenoverzichten, social media informatie en facturen onvoldoende objectief en verifieerbaar waren om het recht op bijstand vast te stellen. Een volledige boekhouding ontbrak, waardoor niet kon worden vastgesteld hoeveel markten waren georganiseerd en welke inkomsten waren ontvangen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde vanwege schending van de inlichtingenplicht.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.