ECLI:NL:CRVB:2016:34
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek vanwege rug- en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Appellant voerde een verslechtering aan met medische rapporten, waaronder van een chiropractor en pijnspecialist, maar het UWV handhaafde haar standpunt na onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat rapporten in het kader van de Wet werk en bijstand niet vergelijkbaar zijn met die van de Wet WIA. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat onvoldoende twijfel bestond aan de juistheid van de UWV-beoordeling.
Het verzoek om een onafhankelijk deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.