ECLI:NL:CRVB:2014:220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant stopte in 2007 met werken als chauffeur vanwege rugklachten met uitstraling naar het been. Het UWV stelde bij besluit vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn medische situatie ernstiger was dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren, onder meer vanwege het gebruik van pedalen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de geselecteerde functies op goede gronden waren gekozen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, ondersteund door medische brieven van psychiaters en een pijnspecialist, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan die twijfel konden zaaien over de eerdere beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de medische rapporten en arbeidskundige onderzoeken geen aanleiding gaven om het UWV-besluit te wijzigen. De Raad verwierp de stelling dat het pedaalgebruik in de geselecteerde functies ongeschikt was, omdat dit niet werd ondersteund door de arbeidskundige rapporten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.