ECLI:NL:CRVB:2016:3406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet aantreffen op opgegeven adressen
Appellant vroeg bijstand aan en gaf daarbij meerdere adressen op waar hij zou verblijven. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) voerde een onderzoek uit en trof appellant niet aan op de opgegeven adressen. Het college wees de aanvraag af en vorderde een verstrekt voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij op de opgegeven adressen verbleef en het college het recht had de aanvraag af te wijzen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere argumenten, maar slaagde er niet in nieuwe gronden aan te voeren die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. De Raad bevestigde dat appellant niet op de opgegeven adressen was aangetroffen en dat hij niet tijdig wijzigingen in zijn verblijfplaats had doorgegeven, zoals het verblijf in het Vondelpark. De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen en het voorschot had teruggevorderd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet op de opgegeven adressen werd aangetroffen en zijn woon- en leefsituatie niet kon worden vastgesteld.