Uitspraak
9 oktober 2015, 14/8728 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd uitgenodigd voor gesprekken in het kader van een heronderzoek. Hij verscheen niet op de afspraken, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk. Het college stelde dat de uitnodigingsbrieven op 14 en 26 augustus 2014 bij appellant waren bezorgd, onderbouwd met een rapport en bezorglijsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij de brieven niet had ontvangen en dat het college dit niet aannemelijk had gemaakt. De Raad oordeelde dat het college niet voldeed aan de bewijsverplichting, omdat het rapport en de bezorglijsten onvoldoende en onduidelijk waren over de daadwerkelijke bezorging.
Hierdoor was het college niet bevoegd om de bijstand op te schorten en in te trekken. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept de besluiten tot opschorting en intrekking. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot opschorting en intrekking van bijstand worden herroepen wegens onvoldoende bewijs van bezorging van uitnodigingsbrieven.